Organisatie en Beleidsontwikkelingen

Organisatie en Beleidsontwikkelingen

Het samenwerkingsverband VRHM

VRHM is een samenwerkingsverband van gemeenten in de regio Hollands Midden krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen 1992 (gewijzigd 2014). Op 1 januari 2006 is de Gemeenschappelijke Regeling VRHM in werking getreden. Het openbaar lichaam bezit rechtspersoonlijkheid en is gevestigd te Leiden. De stemverhouding binnen het AB en de bijdragen van de deelnemende gemeenten zijn gebaseerd op het aantal inwoners.

VRHM behartigt de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op de terreinen:
- Brandweerzorg;
- Instellen en in stand houden van een GHOR;
- Samenwerking bij de gemeentelijke crisisbeheersing en rampenbestrijding;
- Multidisciplinaire rampenbestrijding en crisisbeheersing;
- Inrichten en in stand houden van de gemeenschappelijke meldkamer.

Ter behartiging van de gemeenschappelijke belangen is VRHM belast met de uitvoering van de volgende taken en bevoegdheden:

  • Inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises;
  • Adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises;
  • Adviseren van het college van burgemeester en wethouders over de brandweerzorg;
  • Voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing;
  • Instellen en in stand houden van een brandweer;
  • Voorzien in de meldkamerfunctie;
  • Aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel;
  • Inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de genoemde taken.

Bestuur en organisatie VRHM

Het AB wordt gevormd door de burgemeesters van de aangesloten gemeenten in Hollands Midden. De leden van het AB kiezen uit hun midden een DB. De voorzitter wordt, na het AB gehoord te hebben, aangewezen door de minister van Veiligheid en Justitie.

Gemeenteraden hebben sturende taken zoals het jaarlijks inbreng leveren voor de begroting in de vorm van een zienswijze en de eigen gemeentebegroting te voorzien van de benodigde financiële middelen voor de veiligheidsregio. Daarnaast hebben ze de wettelijke taak eenmaal per vier jaar inbreng te leveren voor drie belangrijke beleidskaders van de veiligheidsregio, namelijk het Regionaal Risicoprofiel, het Regionaal Beleidsplan (beide multidisciplinair) en de doelen voor Brandweerzorg (monodisciplinair). Daarnaast hebben ze een controlerende taak. Gemeenteraden kunnen hun college en bestuurders ter verantwoording roepen voor hun inbreng in het bestuur van VRHM.

Missie en visie van VRHM

VRHM is ingesteld om de multidisciplinaire crisisbeheersing in de regio te versterken, zodat burgers beter beschermd worden tegen de risico’s van rampen en crises. Door multidisciplinaire samenwerking wordt ieders kennis en kunde optimaal ingezet en wordt de bestuurlijke en operationele slagkracht vergroot.

De kernactiviteit van VRHM is het bevorderen van een veilige samenleving. VRHM spant zich hier samen met haar crisispartners voor in. VRHM heeft daarbij een regiefunctie. De basis voor crisisbeheersing is overzicht en inzicht in risico’s die zich in de veiligheidsregio kunnen voordoen. Aangezien rampen en crises zich niet laten voorspellen, bereidt VRHM zich voor op het bestrijden van alle mogelijke incidenten die zich in de regio kunnen voordoen. VRHM is daarbij een kennisorganisatie die leert van incidenten, zowel binnen als buiten de regio.

Onze missie luidt:

"De Veiligheidsregio Hollands Midden bevordert de multidisciplinaire voorbereiding en uitvoering van crisisbeheersing in de regio."

Onze visie is:

"Wij kennen de veiligheidsrisico's in onze regio. Met de crisispartners bereiden wij ons hier gezamenlijk op voor, zodat de bestuurlijke en operationele crisisorganisatie slagvaardig opereert."

Onze missie en visie laten zich samenvatten in het volgende motto:

"Samen sterker voor veiligheid!"

Beleidsplan, Risicoprofiel, Crisisplan

De Wet veiligheidsregio’s (Wvr) kent drie belangrijke planvormen die nauw met elkaar verbonden zijn: het Risicoprofiel, het Beleidsplan en het Crisisplan.
Het Regionaal Risicoprofiel (art. 15 Wvr) beschrijft wat de veiligheidsregio kan overkomen en hoe erg dat is. In het Regionaal Beleidsplan (art. 14 Wvr) zijn de te behalen operationele prestaties beschreven op het terrein van de brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening, politiezorg en bevolkingszorg in het kader van crisisbeheersing. Het Beleidsplan dient mede gebaseerd te zijn op het Risicoprofiel. Tot slot wordt in het Crisisplan (art. 16 Wvr) beschreven hoe de generieke crisisorganisatie eruit ziet en wie wat doet tijdens rampen en crises.

Schematische weergave verbondenheid planvormen – Het risicoprofiel, beleidsplan en crisisplan houden onderling verband.

VRHM heeft een Regionaal Beleidsplan 2016-2019 ‘Gericht verder!’ vastgesteld op basis van de evaluatie van het Regionaal Beleidsplan 2012-2015, de uitkomsten van het Regionaal Risicoprofiel 2016-2019 en landelijke beleidskaders en ontwikkelingen. Het beleidsplan geeft richting aan de ontwikkelingen van de multidisciplinaire crisisbeheersing binnen VRHM en de koers, ontwikkeling en werkzaamheden van VRHM voor de komende vier jaar. In het beleidsplan zijn drie beleidsprioriteiten benoemd, te weten informatiegestuurd werken, risicogericht werken en omgevingsgericht (net)werken. Deze prioriteiten vormen de kern van het beleidsplan en zijn daarmee sturend in de ontwikkeling van werkzaamheden van de veiligheidsregio (en haar partners) in deze periode. De te realiseren doelen zijn:

  • VRHM en haar partners hebben voldoende capaciteit beschikbaar gesteld voor de uitvoering van het beleidsplan;
  • VRHM werkt op het gebied van de bedrijfsvoering risicogericht;
  • VRHM heeft een kwaliteitszorgsysteem, dat als sturingssysteem fungeert voor het bestuur van VRHM en de gemeentebesturen;
  • Binnen VRHM wordt een aanpak gehanteerd waarmee onderwerpen integraal door de veiligheidsketen heen worden benaderd en
  • VRHM vertaalt de resultaten in het beleidsplan jaarlijks beleidsmatig en financieel in de werkplannen.

Op 26 november 2015 is het Regionaal Risicoprofiel VRHM vastgesteld door het AB van VRHM.
Deze programmabegroting is mede hierop gebaseerd. Het Beleidsplan is afgestemd met de
gemeenteraden, crisispartners en omliggende veiligheidsregio’s en is door het AB vastgesteld op 31 maart 2016.

De leiding van de organisatie

VRHM staat onder ambtelijke leiding van de directeur. De directeur is verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering van VRHM en het bevorderen van de multidisciplinaire samenwerking tussen de drie hulpdiensten, de gemeenten in Hollands Midden en de overige crisispartners (de veiligheidsregio in ruime zin). De ambtelijk eindverantwoordelijken van de drie hulpdiensten en gemeenten in Hollands Midden zijn eindverantwoordelijk voor de bijdrage van hun organisatie aan de uitvoering van taken, processen en projecten van VRHM. De directeur heeft hierbij geen zeggenschap over de drie hulpdiensten, gemeenten en crisispartners. Binnen VRHM is gekozen voor een gecombineerde invulling van de functies Directeur VRHM en Regionaal Commandant Brandweer Hollands Midden.
De ambtelijk eindverantwoordelijken van de drie hulpdiensten en gemeenten vormen tezamen de Veiligheidsdirectie, onder voorzitterschap van de directeur VRHM. De Veiligheidsdirectie is, conform de Gemeenschappelijke Regeling, verantwoordelijk voor de multidisciplinaire crisisbeheersing en adviseert het bestuur hierover.
De regie op de multidisciplinaire samenwerking, voorbereiding en uitvoering van crisisbeheersing vindt plaats vanuit het Multi-domein van het organisatieonderdeel brandweer. Dit geldt ook voor de bedrijfsvoeringstaken. De werkorganisatie voor VRHM is opgehangen bij de brandweer. Door de combinatie van de functies van directeur veiligheidsregio en regionaal commandant brandweer is de integraliteit van de aansturing gewaarborgd.
De directe leiding van de meldkamer en de verantwoordelijkheid voor het beheer en ‘going concern’ liggen bij de Nationale Politie.
De coördinerend functionaris geeft leiding aan de processen in de Oranje Kolom.

Bestuurlijke uitgangspunten vanaf 2019

Het AB heeft voor de jaren vanaf 2019 nieuwe bestuurlijke uitgangspunten vastgesteld. Deze betreffen:

Kostenniveau en financieringssystematiek BHM
Opnieuw wordt het principe gehanteerd om het niveau van de kosten en de gemeentelijke financiering voor brandweerzorg te realiseren voor het referentiebudget dat gemeenten via het gemeentefonds ontvangen als fictief budget voor de brandweertaak. Het referentiebudget wordt door middel van het groot onderhoud aan het gemeentefonds periodiek herzien op basis van landelijk onderzoek naar actuele (gemeentelijke) begrotingen. De verdeling van het gemeentefonds is kosten-georiënteerd en daarmee een objectieve maatstaf om er ook het niveau van de kosten voor brandweerzorg op te baseren.

Aanpassingen niveau en bijdrage gemeente
Aanpassingen in het absoluut niveau(referentiebudget) en de bijdrage van elke gemeente wordt eenmaal in de vier jaar toegepast, gebaseerd op de septembercirculaire gemeentefonds T-2 van de beleidsplanperiode. Indien het referentiebudget en de bijdrage van elke gemeente in een nieuwe beleidsplanperiode afwijkt van de voorgaande periode, wordt dit aan het begin van een nieuwe beleidsplanperiode direct aangepast. Omdat de bijdrage van een gemeente voor een nieuwe beleidsplanperiode wordt gebaseerd op de septembercirculaire gemeentefonds T-2, heeft de gemeente tijd om zich hierop intern voor te bereiden.
Het absoluut niveau wordt gedurende de beleidsplanperiode gefixeerd, maar de jaarlijkse indexering is wel van toepassing.

Als het referentiebudget in een nieuwe beleidsplanperiode hoger is dan in de voorgaande periode, wordt het surplus alleen toegekend indien dit nodig is voor de financiering van nieuw beleid (inclusief innovatie) en autonome ontwikkelingen. Indien het referentiebudget in een nieuwe beleidsplanperiode lager is, worden bij de vaststelling van de begrotingsuitgangspunten de eventuele consequenties (waaronder voor het dekkingsplan) bestuurlijk ter besluitvorming voorgelegd. In het beleidsplan zal worden aangeven op welke taken de bezuinigingsmaatregelen betrekking zullen hebben.

Voor het kalenderjaar 2019 is de Cebeonnorm berekend op € 44.1 miljoen (prijspeil 2015). Inmiddels is deze uitkomst bijgesteld, rekening houdend met de indexen zoals deze eerder in de programmabegrotingen 2016 (0,59%) en 2017 (0,75%) zijn opgenomen en met de index zoals voorgesteld door de werkgroep Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen voor het jaar 2018 (1,3%). In bijlage 2 is de berekening, inclusief verdeling over de deelnemende gemeenten opgenomen.

Doorontwikkeling VB en professionaliseren IFV
De voorstellen van het Dagelijks Bestuur Veiligheidsberaad (DB VB) voor de doorontwikkeling van het Veiligheidsberaad en de professionalisering van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) zijn in 2015 voorgelegd aan de besturen van de veiligheidsregio's. Hun reacties zijn besproken en het VB heeft ingestemd met de voorstellen. Dit betekent dat de strategische, bestuurlijke samenwerking tussen veiligheidsregio's versterkt wordt en dat deze versterking gezamenlijk wordt opgepakt. Het IFV wordt een kennisinstituut van en voor de veiligheidsregio's, met een herkenbare plek voor de verschillende kolommen.
De bestuursvorm wordt nader bekeken en opnieuw besproken in het VB. Net als de inbedding van de brandweer binnen het IFV, om zo te werken aan een 'Multi-kennisinstituut.'
Vanuit de veiligheidsregio’s is een werkbudget voor het Veiligheidsberaad aangelegd dat gefinancierd wordt door een jaarlijkse bijdrage van € 30.000 per regio voor de uitvoering van een Strategische Agenda. Het budget wordt door het DB VB besteed ter uitvoering van de door het Veiligheidsberaad gemeenschappelijk genomen besluiten. Het DB VB legt jaarlijks een inhoudelijk voorstel inclusief financieel bestedingsoverzicht voor aan het VB. Achteraf legt het DB VB eveneens verantwoording af aan het VB. Deze - voor alle veiligheidsregio’s verplichtende - afspraak is gemaakt voor de jaren 2016-2019. In 2019 vindt een evaluatie plaats en wordt bezien hoe verder te handelen vanaf 2020.

Reparatie FLO-Overgangsrecht
De bonden en de werkgevers in de Brandweerkamer hebben op 29 oktober 2016 op hoofdlijnen een principeakkoord bereikt over de reparatie van het FLO-overgangsrecht voor brandweerpersoneel. Deze hoofdlijnen zijn:

  • mogelijkheid tot langer doorwerken en nieuwe uittredeleeftijden uit de repressieve dienst;
  • reparatie van het AOW- en pensioengat, ontstaan door de verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar;
  • voor brandweermedewerkers een netto-inkomensgarantie van 75% na uittreden tot aan hun pensioen;
  • afspraken over een inkomensvangnet bij arbeidsongeschiktheid vanaf 55 jaar.

Vervolgens is in een technische commissie gewerkt aan uitwerking van deze hoofdlijnen. Als er bestuurlijke overeenstemming is bereikt over de uitwerking, kan het uitgewerkt akkoord aan de wederzijdse achterbannen worden voorgelegd.

Dit betekent ook dat het ingangsmoment van de nieuwe regeling nog op zich laat wachten. Bonden en Brandweerkamer beseffen dat tussen nu en de nog te bepalen ingangsdatum medewerkers in onzekerheid zitten over wat een en ander voor hen betekent. De intentie van partijen is om alle medewerkers die op 29 oktober 2016, de datum van het principeakkoord, nog in actieve dienst waren, in te laten stromen in de nieuwe regeling (met de 75% netto uitkering) op een nader te bepalen ingangsdatum.

Overleg over nieuwe CAO Gemeenten
De CAO Gemeenten loopt tot 1 mei 2017. Begin 2017 starten de onderhandelingen voor een nieuwe CAO. Om meer betrokkenheid te organiseren en meer tijd te nemen voor een verdiepende discussie, is gekozen voor co-creatie. Zo ontwikkelen verschillende werkgevers en werknemers in dialoog gezamenlijke aanbevelingen voor de nieuwe arbeidsvoorwaarden van 2017. Drie themagroepen (Flexibiliteit en zekerheid, Verlof, Bewust belonen), met werkgevers en werknemers van diverse gemeenten, formuleren hiertoe aanbevelingen. Een monitorgroep vanuit het Landelijk Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden (LOGA) begeleidt het proces. In het LOGA zijn de Werkgeversorganisatie VNG en de vakorganisaties vertegenwoordigd.

Koop versus huur brandweerkazernes
Bij het besluit tot realisatie van nieuwbouw van de kazerne Bodegraven en de verbouw van de kazerne Nieuwerbrug door BHM, heeft het AB (30 juni 2016) de regionaal commandant opdracht gegeven om de voor- en nadelen van koop en huur, vanuit brandweer- en gemeentelijk perspectief, te onderzoeken.

Bestuurlijke afspraken relatie VRHM en de RDOG

Het bestuur van de Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden (RDOG) verplicht zich aan het bestuur van de Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM) alle benodigde inzet aan personeel en middelen te leveren, die noodzakelijk is voor de uitvoering van de in de Wvr GR VRHM voorgeschreven taken betreffende de geneeskundige hulpverlening.

Door de RDOG wordt het Programma Geneeskundige Hulpverlening met de programmabegroting en het deelprogramma Infectieziekte bestrijding opgesteld. Deze begroting wordt ter vaststelling voorgelegd aan het bestuur van de veiligheidsregio. Het AB van VRHM geeft na vaststelling van dit concept schriftelijk advies aan het bestuur van de RDOG. Het bestuur van de RDOG wijkt slechts af na overleg met het bestuur van VRHM. Na afloop van het jaar legt het bestuur van de RDOG in het Jaarbericht verantwoording af over de werkzaamheden.

Dhr. J.F. Koen, waarnemend burgemeester van de gemeente Katwijk, is portefeuillehouder GHOR in het DB van VRHM.