Systeemtest 2019

De Wet Veiligheidsregio’s schrijft voor dat elke veiligheidsregio elk jaar een systeemtest moet houden. Met de test wordt, door middel van een scenario, de hoofdstructuur van de crisisorganisatie onder de loep genomen. De systeemtest wordt beoordeeld door de Inspectie Veiligheid en Justitie. De systeemtest wordt georganiseerd en begeleid door Trimension BV. Zij zullen de rapportage over de systeemtest opstellen.

In de tweede en derde week van april (8 april t/m 21 april) vindt de systeemtest plaats. Omdat ook alarmering en opkomst een belangrijke graadmeter is in de test, worden tijdstip en plaats van de calamiteit niet van te voren bekend gemaakt.

Deelname teams systeemtest

Aan de systeemtest nemen de onderstaande teams in volledige bezetting deel:

  • Gemeenschappelijke Meldkamer (GMK);
  • Commando Plaats Incident (CoPI);
  • Regionaal Operationeel Team (ROT);
  • Beleidsteam gemeente X;
  • Team Bevolkingszorg (TBz) gemeente X;
  • Team Bevolkingszorg (TBz) gemeente Y;
  • Regionaal Beleidsteam (RBT);

Bij de test zullen geen politie-, ambulance- of brandweereenheden worden ingezet.

Doelen systeemtest
De systeemtest heeft de volgende doelen:

  • Alarmering en opkomst;
  • Opschaling;
  • Informatiemanagement;
  • Leiding en coördinatie;
  • Crisiscommunicatie
  • Nafase

De systeemtest duurt in totaal ongeveer vier uur.

Enkele belangrijke aandachtspunten

  1. Zoals gebruikelijk wordt een codewoord gebruikt voor de systeemtest. Dit keer is dat ‘TRACK’. Dit is tevens de naam van de systeemtest.
  2. De Gemeenschappelijke Meldkamer zal de deelnemende teams alarmeren via de normale alarmering, daarbij wordt het codewoord gebruikt om aan te geven dat het om de systeemtest gaat;
  3. Na de alarmering gaat elke gealarmeerde (piket)medewerker naar zijn of haar eigen team en locatie.
  4. Als u naar uw opkomstplaats rijdt, mag u GEEN optische en geluidssignalen gebruiken.
  5. De brandweereenheden en ambulances die in de inzetvoorstellen uit GMS naar voren komen en een pagerbericht ontvangen, hoeven hier NIETS mee te doen. Zij hoeven NIET op te komen of uit te rukken.
  6. Het is de bedoeling dat u tijdens de systeemtest alle acties onderneemt, alsof het om een reëel incident gaat. Blijf bij de acties wel melden dat het de systeemtest ‘TRACK’ betreft!
  7. Een responseteam speelt de ‘buitenwereld’ (bijvoorbeeld Rijkswaterstaat, Salvage, gemeentelijke actiecentra en andere externe partijen) en zorgt voor tegenspel. De aanwezige oefenleiding in uw team zorgt voor een telefoonlijst met nummers waar dit responseteam te bereiken is.

Vragen

Voor vragen kunt u terecht bij uw kolomvertegenwoordiger

Joes Anema

Overall projectleider VRHM

Roland Verhagen

Vertegenwoordiger Brandweer

Eva Vahrmeijer

Vertegenwoordiger Politie

Wim Vlug/ Daniëlle Bonte

Vertegenwoordigers GHOR

Bianca den Exter

Vertegenwoordiger Bevolkingszorg

Casper Kruizinga

Vertegenwoordiger Communicatie

Erik Prins

Vertegenwoordiger GMK

Boudewijn Bogaards

Vertegenwoordiger IM

Tip: Bewaar deze informatie.

Veiligheidsparagraaf en spelregels systeemtest

Algemeen

In deze veiligheidsparagraaf staat aangegeven hoe de deelnemers moeten handelen bij een ongeval of bij een situatie die een gevaarlijke situatie oplevert of kan opleveren.

No play

  • Als zich een echte noodsituatie voordoet, hanteren de deelnemers, de waarnemers en / of de oefenleiding de term ‘NO PLAY, NO PLAY’, gevolgd door de omschrijving van de noodsituatie. Bijvoorbeeld: ‘NO PLAY, NO PLAY’, een medewerker is onwel geworden.
  • Een bericht met de melding NO PLAY krijgt altijd voorrang op alle andere berichten en meldingen.
  • Behalve het melden van een echte noodsituatie aan 112 meldt u de noodsituatie ook aan de andere direct betrokken deelnemers, waarnemers en oefenleiding. Bijvoorbeeld: ‘NO PLAY, NO PLAY, een medewerker is onwel geworden’. De oefenleiding verifieert onmiddellijk of de hulpverleningsdiensten zijn gealarmeerd en laat zorg dragen voor de eventuele noodzakelijke Eerste Hulp.

Veiligheid

  • Het is noodzakelijk dat alle betrokkenen bij de systeemtest al het nodige zullen doen om de veiligheid te waarborgen en ongevallen te voorkomen.
  • Het materiaal dat wordt gebruikt tijdens de systeemtest moet voldoen aan de gebruiksnormen en richtlijnen die hierop van toepassing zijn. Is dit niet het geval dan laat de oefenleider de systeemtest (geheel of gedeeltelijk) stopzetten.

Aantreffen gevaarlijke situatie

  • Het kan gebeuren dat een situatie ontstaat die gevaar oplevert of kan opleveren voor de deelnemers, waarnemers, oefenleiding of derden. Een dergelijke situatie meldt u onmiddellijk aan de verantwoordelijke op locatie en aan de oefenleiding.
  • De oefenleiding zorgt er zo snel mogelijk voor dat de gevaarlijke situatie wordt opgeheven. Mocht de situatie zodanig gevaarlijk zijn, dat onafgebroken toezicht moet worden gehouden, dan blijft een deelnemer, een waarnemer of medewerker van de oefenleiding bij de gevaarlijke situatie totdat deze situatie is opgeheven.

Arbowet

Bij een systeemtest gelden de regels van de Arbowetgeving en -regelgeving.

Ongevalrapport

Van elk ongeval maakt de oefenleiding een ongevalrapport.